Wat verandert er met BRL 100 versie 3.0?De datums, de nieuwe eisen en wat je nu moet doen.
Lekcontrole: welke termijn geldt voor welke installatie?De drempels van 5, 50 en 500 ton CO2-equivalent, uitgelegd.
De jaarlijkse f-gassenbalansWat je op 31 december moet kunnen laten zien.
Mag een zzp-monteur onder jouw certificaat werken?Direct toezicht, eigen BRL 100 en de CRT-verificatie.
Wat vraagt de auditor eigenlijk op?De complete bewijslijst van de certificerende instelling.
Kalibratie: welk instrument, welke termijn?12 of 24 maanden, en de functionele test daarnaast.
TRA bij R32: wat moet erin staan?De Taak Risico Analyse bij brandbare koudemiddelen.
Etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174De kleine controle die sinds versie 3.0 op elke bon hoort.
De digitale kenplaat: wat moet erop staan?Koudemiddel, CO2-equivalent en de uitvoerende onderneming.
Wat moet er op een werkbon staan?De verplichte velden, vijf jaar bewaren en niets stilletjes wissen.
R32, R290, R410A: wat betekent GWP?De GWP-waarden op een rij, met rekenvoorbeeld.
Koudemiddel terugwinnen en afvoerenNooit afblazen: de route van fles tot erkende verwerker.
Wat moet je klant weten?De verantwoordelijkheid van de eigenaar en jouw informatieplicht.
BRL 100-certificaat aanvragen: zo werkt het trajectVan aanvraag tot definitief certificaat, stap voor stap.
Wat verandert er met BRL 100 versie 3.0?
Versie 3.0 van de BRL 100 is vastgesteld op 5 december 2025 en formeel in werking sinds 5 maart 2026. Op 31 augustus 2026 eindigt de overgangsregeling: daarna worden nieuwe certificaten alleen nog tegen versie 3.0 afgegeven. Bestaande v2.0-certificaten blijven uiterlijk tot 31 augustus 2028 geldig. Je eerstvolgende reguliere audit wordt de transitie-audit — er komt dus geen extra audit bij.
De belangrijkste nieuwe of aangescherpte eisen
- Een Taak Risico Analyse bij werkzaamheden aan brandbare koudemiddelen, dus ook R32.
- Uitgebreidere koudemiddelregistratie: oorzaak van bijvulling, reden van terugwinning, gegevens van het recyclingbedrijf en je eigen certificaatnummer op elke registratie.
- Een jaarlijkse f-gassenbalans per 31 december, in kilogrammen én CO2-equivalent, met een verklaring van het verschil.
- Etikettencontrole volgens Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174.
- Instrumentspecifieke kalibratie-intervallen plus een periodieke functionele test.
- Een register van ingehuurde gecertificeerde zzp'ers per jaar.
- De hersteltermijn bij tekortkomingen is verkort naar 30 dagen; inzet van niet-gecertificeerd personeel kan tot directe schorsing leiden.
Ook nieuw: de scope omvat natuurlijke koudemiddelen en is gesplitst in deelgebieden. Een R32-splitairco valt onder deelgebied I. Persoonscertificaten heten voortaan A1/A2/B/C/D/E en zijn zeven jaar geldig.
↑ Terug naar boven
Lekcontrole: welke termijn geldt voor welke installatie?
De F-gassenverordening (EU) 2024/573 verplicht periodieke lekcontroles vanaf 5 ton CO2-equivalent per circuit. Hoeveel dat is, hangt af van het koudemiddel: het gewicht maal de GWP-waarde. Een splitairco met 1 kg R32 (GWP 675) zit bijvoorbeeld op 0,675 ton — geen controleplicht. Een systeem met 8 kg R410A (GWP 2088) zit op 16,7 ton — wél controleplicht.
| Inhoud circuit | Zonder vast lekdetectiesysteem | Met detectiesysteem |
| 5 tot 50 ton CO2-eq | elke 12 maanden | elke 24 maanden |
| 50 tot 500 ton CO2-eq | elke 6 maanden | elke 12 maanden |
| 500 ton CO2-eq of meer | elke 3 maanden | elke 6 maanden |
Boven de 500 ton is een vast lekdetectiesysteem bovendien verplicht. Leg elke controle vast met datum, resultaat en uitvoerder — bij een inspectie is dit een van de eerste dingen die wordt nagekeken.
↑ Terug naar boven
De jaarlijkse f-gassenbalans
Onder BRL 100 versie 3.0 maak je elk jaar per 31 december een sluitende balans per type f-gas: wat had je op 1 januari, wat kocht je in, wat ging er in installaties, wat won je terug, wat verkocht je door en wat voerde je af. Daarnaast tel je de werkelijke voorraad in je flessen — en verklaar je het verschil met een oorzaakanalyse.
Praktisch betekent dit: een sluitende flesadministratie het hele jaar door. Elke bijvulling hoort aan een fles gekoppeld te zijn, elke fles aan een inkoop. Wie dat pas in december probeert te reconstrueren, heeft een probleem; wie het per werkbon bijhoudt, drukt op een knop.
↑ Terug naar boven
Mag een zzp-monteur onder jouw certificaat werken?
Dat ligt eraan hoe hij werkt. De hoofdregels:
- Een monteur met een geldig persoonscertificaat (BRL 200, categorie A1/A2) mag koudemiddelhandelingen verrichten onder direct toezicht van de certificaathouder, binnen jouw kwaliteitssysteem en met jouw gekalibreerde gereedschap. De registratie staat dan op jouw bedrijfscertificaat.
- Werkt een onderneming zelfstandig (uitbesteding), dan heeft die een eigen BRL 100-bedrijfscertificaat nodig. De registratie staat dan op hún naam — nooit op de jouwe.
- Bij uitbesteding moet je de certificaten van de onderaannemer verifiëren bij het Centraal Register Techniek en een kopie bewaren. Vakbedrijven zijn openbaar te vinden; persoonscertificaten controleer je via de QR-code in het Vakpaspoort van de monteur.
Let op: sinds versie 3.0 telt het aantal ingehuurde gecertificeerde zelfstandigen van het voorgaande jaar mee voor de steekproefomvang bij jouw inspectie. Houd dus een jaarregister bij van wie er voor je gewerkt heeft.
↑ Terug naar boven
Wat vraagt de auditor eigenlijk op?
De certificerende instelling (zoals Kiwa, DEKRA of Bureau Veritas) controleert minimaal elke 24 maanden. De bewijslijst is verrassend voorspelbaar:
- Het kwaliteitshandboek, vastgesteld door de directie, met de jaarlijkse directiebeoordeling en de beleidsverklaring.
- Geldige persoonscertificaten van iedereen die koudemiddelhandelingen verricht, ook ingehuurde zzp'ers.
- De instrumentenlijst met kalibratiebewijzen binnen de juiste intervallen.
- Werkbonnen per handeling: datum, werkzaamheden, koudemiddelmutaties, meetwaarden (drukproef, vacuüm) en lekcontroleresultaat — vijf jaar bewaard, niets gewist.
- De koudemiddelregistratie per installatie en de jaarbalans met verklaring van verschillen.
- Registratie van klachten en afwijkingen, elk met oorzaak en corrigerende maatregel.
De meest voorkomende afwijking bij inspecties: ontbrekende of onjuiste druk- en vacuümwaarden op de werkbon. De op één na meest voorkomende: kalibraties die stilletjes verlopen zijn. Beide zijn volledig te voorkomen met een administratie die zichzelf bewaakt.
↑ Terug naar boven
Kalibratie: welk instrument, welke termijn?
| Instrument | Kalibratie | Bijzonderheid |
| Manometers | elke 24 maanden | tegen een gekalibreerde referentiemeter |
| Vacuümmeters | elke 24 maanden | meetbereik tot onder 270 Pa absoluut |
| Weegschalen | elke 24 maanden | of jaarlijks een controle met ijkgewicht |
| Thermometers | elke 12 maanden | op 0 °C, afwijking maximaal ±1 °C |
| Lekdetectietoestel | elke 12 maanden | gevoeligheid 5 ppm, gecontroleerd met testmonster |
Nieuw in versie 3.0: naast de kalibratie hoort er een periodieke functionele test te zijn, met vastgelegde datum. Bewaar de kalibratierapporten inclusief het certificaat van de referentiemeter bij je administratie.
↑ Terug naar boven
TRA bij R32: wat moet erin staan?
R32 is mild brandbaar (veiligheidsklasse A2L). Sinds BRL 100 versie 3.0 is bij risicovolle werkzaamheden aan installaties met brandbare koudemiddelen een gedocumenteerde Taak Risico Analyse verplicht. Die hoeft geen boekwerk te zijn; hij moet laten zien dat je vooraf hebt nagedacht over:
- ventilatie van de werkruimte en het voorkomen van gasophoping;
- het weren van ontstekingsbronnen (open vuur, vonken, schakelend materieel);
- lekcontrole vóór het openen van het circuit;
- blusmiddelen binnen handbereik en een vluchtroute;
- en of de exploitant een explosieveiligheidsdocument (EVD) heeft — dat hoor je in te zien en dat leg je vast.
↑ Terug naar boven
Etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174
Sinds versie 3.0 moet je bij werkzaamheden vaststellen of de apparatuur een etiket draagt dat voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174 en artikel 12 van de F-gassenverordening (EU) 2024/573: type en hoeveelheid koudemiddel, CO2-equivalent en GWP-waarde. Bij nieuwe apparatuur zit dat etiket er vanaf de fabriek op; jouw taak is de controle vast te leggen — een vinkje op de werkbon is genoeg, als het er maar aantoonbaar is.
↑ Terug naar boven
De digitale kenplaat: wat moet erop staan?
Elke installatie waar je koudemiddelhandelingen aan verricht, hoort een kenplaat te hebben waarop de kerngegevens van het systeem staan. Dat mag tegenwoordig ook digitaal — als de gegevens maar compleet, actueel en opvraagbaar zijn. Wat moet erop staan:
- het type koudemiddel (bijvoorbeeld R32 of R410A);
- de hoeveelheid koudemiddel in het circuit, in kilogrammen;
- het CO2-equivalent van die vulling — het gewicht maal de GWP-waarde;
- de uitvoerende onderneming, inclusief het BRL 100-certificaatnummer.
De kenplaat mag door de installateur zelf worden opgesteld. De voorwaarde is dat de juiste uitvoerder erop staat: de onderneming die de werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht, met haar eigen certificaatnummer. Werk je onder je eigen certificaat, dan staan jouw gegevens erop; besteed je uit aan een zelfstandig werkend bedrijf met een eigen BRL 100-certificaat, dan staan hún gegevens erop.
De kenplaat sluit aan op de etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174: type, hoeveelheid en CO2-equivalent zijn precies de gegevens die ook op het fabrieksetiket horen te staan. Wijzigt de vulling — bijvoorbeeld na bijvullen of gedeeltelijk terugwinnen — dan werk je de kenplaat bij, zodat hij altijd de actuele situatie weergeeft. Een digitale kenplaat per installatie maakt dat bijwerken een kwestie van seconden in plaats van een nieuw plaatje graveren.
↑ Terug naar boven
Wat moet er op een werkbon staan?
De werkbon is het bewijsstuk per handeling. Bij de audit is het een van de eerste dingen die de certificerende instelling opvraagt, en de meest voorkomende afwijking bij inspecties zijn juist ontbrekende of onjuiste meetwaarden op die bon. De verplichte inhoud:
- datum van de werkzaamheden;
- een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden;
- koudemiddelmutaties: wat er bijgevuld of teruggewonnen is, mét de reden;
- meetwaarden van de drukproef en het vacuüm;
- het resultaat van de lekcontrole;
- de uitvoerende monteur.
Werkbonnen bewaar je vijf jaar. En minstens zo belangrijk: er mag niets stilletjes gewist worden. Een fout maken mag, een fout wegpoetsen niet — een correctie hoort zichtbaar te blijven via een versiegeschiedenis. Een administratie die elke wijziging vastlegt, laat bij de audit precies zien wat er wanneer is aangepast en waarom. Dat is geen wantrouwen richting de monteur, maar de manier waarop je aantoont dat je registratie betrouwbaar is.
Vul je de bon direct op locatie in, dan kloppen de druk- en vacuümwaarden meteen en hoef je 's avonds niets te reconstrueren.
↑ Terug naar boven
R32, R290, R410A: wat betekent GWP?
GWP staat voor Global Warming Potential: hoeveel sterker een kilogram van het koudemiddel bijdraagt aan het broeikaseffect dan een kilogram CO2. Die waarde bepaalt het CO2-equivalent van een installatie — en daarmee bijvoorbeeld of er een lekcontroleplicht geldt.
| Koudemiddel | GWP | Bijzonderheid |
| R290 (propaan) | ±3 | natuurlijk koudemiddel, brandbaar (A3) |
| R454B | 466 | |
| R32 | 675 | mild brandbaar (A2L) |
| R134a | 1430 | |
| R407C | 1774 | |
| R410A | 2088 | |
Zo reken je het uit
Kilogrammen × GWP ÷ 1000 = ton CO2-equivalent. Een splitairco met 1,2 kg R32: 1,2 × 675 / 1000 = 0,81 ton — ruim onder de drempel van 5 ton, dus geen periodieke lekcontroleplicht. Hetzelfde systeem met 8 kg R410A: 8 × 2088 / 1000 = 16,7 ton — wél controleplicht.
Let bij het werken ook op de veiligheidsklasse: R32 is A2L, mild brandbaar — daarvoor geldt sinds versie 3.0 de TRA-plicht. R290 (propaan) is A3, brandbaar, en vraagt dus nog meer zorg rond ontstekingsbronnen en ventilatie.
↑ Terug naar boven
Koudemiddel terugwinnen en afvoeren
De hoofdregel is simpel en absoluut: koudemiddel blaas je nooit af. Bij het leegmaken van een circuit — voor reparatie, ombouw of buitengebruikstelling — win je het koudemiddel terug in een aparte terugwinfles, gescheiden van je verse voorraad. Zo blijft je flesadministratie kloppen en vervuil je geen nieuw koudemiddel met een onbekende restlading.
Teruggewonnen koudemiddel dat het bedrijf verlaat, geef je af aan een erkende verwerker. Vraag daarbij altijd een afgiftebon: dat is jouw bewijs dat het koudemiddel netjes is afgevoerd, en het sluitstuk van je jaarbalans — wat je afvoert, moet daar immers terug te vinden zijn.
Nieuw sinds versie 3.0
De registratie-eisen zijn aangescherpt. Je legt voortaan vast:
- de reden van terugwinning (bijvoorbeeld reparatie of buitengebruikstelling);
- de gegevens van het recyclingbedrijf waaraan je afgeeft.
Koppel elke terugwinning aan een werkbon en een fles. Dan is de route van installatie naar verwerker in één oogopslag te volgen, klopt je voorraadtelling op 31 december, en heb je bij de audit geen zoekwerk. Wie terugwinningen los op briefjes bijhoudt, komt bij de jaarbalans gegarandeerd kilo's tekort — op papier, en dat is precies waar de auditor een verklaring voor wil.
↑ Terug naar boven
Wat moet je klant weten?
Veel installateurs denken dat alle f-gassenverplichtingen bij hen liggen. Dat klopt niet helemaal: de eigenaar of exploitant van de installatie is zelf verantwoordelijk voor het periodieke onderhoud en het laten uitvoeren van de verplichte lekcontroles. Een kantoorpand met een systeem boven de 5 ton CO2-equivalent moet dus zorgen dat die controles op tijd gebeuren — dat is de plicht van de gebouweigenaar, niet van jou.
Maar jij hebt wél een rol: jij informeert je klant daarover. Vertel bij oplevering en onderhoud welke termijnen er voor zijn installatie gelden en wat er van hem verwacht wordt. Een klant die niet weet dat hij elke 12 maanden een lekcontrole moet laten doen, gaat die ook niet inplannen — en staat bij een inspectie met lege handen.
Aantoonbaar maken
Informeren is één ding, kunnen láten zien dat je geïnformeerd hebt is een tweede. Een digitaal logboek per installatie lost dat in één keer op: de klant ziet daarin welke controles zijn uitgevoerd, wanneer de volgende gepland staat en wat er aan het systeem is gedaan. Voor jou is datzelfde logboek het bewijs dat je aan je informatieplicht hebt voldaan, en voor de klant het bewijs dat hij aan zijn onderhoudsplicht voldoet. Iedereen gedekt, niemand verrast.
↑ Terug naar boven
BRL 100-certificaat aanvragen: zo werkt het traject
Nog geen bedrijfscertificaat, maar wel koudemiddelhandelingen willen verrichten? Zo ziet het traject eruit:
- Aanvraag bij een certificerende instelling, zoals Kiwa, DEKRA of Bureau Veritas.
- Initiële audit: de instelling beoordeelt je kwaliteitssysteem — handboek, procedures, instrumenten, personeel.
- Is dat op orde, dan krijg je een voorlopig certificaat en mag je aan de slag.
- Binnen 6 maanden volgt de eerste inspectie op locatie, waarbij in de praktijk wordt gekeken of je werkt zoals je systeem beschrijft.
- Daarna wordt het certificaat definitief, met vervolgens minimaal elke 24 maanden een controle.
De kosten verschillen per instelling en per bedrijfsomvang; je krijgt ze op offerte. Reken naast het audittarief ook op de tijd die het opzetten van je kwaliteitssysteem kost — dat is meestal het grootste deel van het werk.
Belangrijk voor wie nu begint: sinds 1 september 2026 worden nieuwe certificaten alleen nog tegen versie 3.0 afgegeven. Richt je kwaliteitssysteem dus meteen op v3.0 in — met TRA's, de uitgebreide koudemiddelregistratie en de jaarlijkse f-gassenbalans — zodat je niet direct na certificering alsnog moet ombouwen.
↑ Terug naar boven
Deze kennisbank is praktijkuitleg, geen juridisch advies. Controleer voor de letterlijke eisen altijd de actuele schematekst van de BRL 100 (via iplo.nl, schemabeheerder Rijkswaterstaat) en de F-gassenverordening (EU) 2024/573.