Kennisbank

Praktijkuitleg over BRL 100, f-gassen en de audit. Geschreven voor installateurs, niet voor juristen.

Wat verandert er met BRL 100 versie 3.0?De datums, de nieuwe eisen en wat je nu moet doen. Lekcontrole: welke termijn geldt voor welke installatie?De drempels van 5, 50 en 500 ton CO2-equivalent, uitgelegd. De jaarlijkse f-gassenbalansWat je op 31 december moet kunnen laten zien. Mag een zzp-monteur onder jouw certificaat werken?Direct toezicht, eigen BRL 100 en de CRT-verificatie. Wat vraagt de auditor eigenlijk op?De complete bewijslijst van de certificerende instelling. Kalibratie: welk instrument, welke termijn?12 of 24 maanden, en de functionele test daarnaast. TRA bij R32: wat moet erin staan?De Taak Risico Analyse bij brandbare koudemiddelen. Etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174De kleine controle die sinds versie 3.0 op elke bon hoort. De digitale kenplaat: wat moet erop staan?Koudemiddel, CO2-equivalent en de uitvoerende onderneming. Wat moet er op een werkbon staan?De verplichte velden, vijf jaar bewaren en niets stilletjes wissen. R32, R290, R410A: wat betekent GWP?De GWP-waarden op een rij, met rekenvoorbeeld. Koudemiddel terugwinnen en afvoerenNooit afblazen: de route van fles tot erkende verwerker. Wat moet je klant weten?De verantwoordelijkheid van de eigenaar en jouw informatieplicht. BRL 100-certificaat aanvragen: zo werkt het trajectVan aanvraag tot definitief certificaat, stap voor stap. Warmtepompen en de f-gassenregels: wat geldt er?Dezelfde regels als een airco, ook al heet het verwarming. Koudemiddelregistratie: wat je per handeling vastlegtHoeveelheid, soort, fles, reden, wie, wanneer, welk certificaat. Voor welke installaties is een logboek verplicht?De 5-ton-grens, de inhoud, wie het bijhoudt en de bewaartermijn. Zo bereid je je voor op de BRL 100-auditWat de auditor doet, wat hij opvraagt en een checklist. Excel of software: wat weegt de auditor mee?Excel mag. De vier dingen die in de praktijk misgaan. Wat moet je klant weten over zijn installatie?Welke gegevens, en hoe een digitaal logboek met QR-sticker dat afdekt. R290 en CO2: wat verandert er met natuurlijke koudemiddelen?Buiten de f-gassenverordening, binnen de BRL 100 v3.0. 1 januari 2027: geen nieuwe split-airco's met R32 of R410AWat het verbod wel en niet betekent, en wat ervoor in de plaats komt BRL 100, BRL 200 en het f-gassencertificaat: wie heeft wat nodig?Bedrijfscertificaat, persoonscertificaat en hoe ze samenhangen Wat gebeurt er als je administratie niet klopt?Hoe controles verlopen, wat de ILT kan opleggen en wat je certificaat riskeert Lekkage gevonden: wat moet je doen en vastleggen?Repareren, binnen een maand hercontroleren, en de registratie die daarbij hoort Welk gereedschap is verplicht, en hoe vaak kalibreer je?De instrumentenlijst voor deelgebied I, intervallen en de functionele test Installaties overnemen van een ander bedrijfDe nulmeting: wat je vastlegt als je een bestaande installatie in beheer krijgt Werken met propaan (R290): wat verandert er echt?Veiligheidsklasse A3, de TRA, opslag en vervoer, en wat hetzelfde blijft Waarom koudemiddel elk jaar duurder wordtDe HFK-afbouw, waarom R410A het hardst geraakt wordt, en wat je klant daarvan merkt Hoe lang bewaar je wat?Vijf jaar voor koudemiddelregistraties, en de rest van de termijnen op een rij Van papier naar digitaal in één dag: zo pak je het aanInventariseren, flessen wegen, stickers plakken, eerste werkbon.

Wat verandert er met BRL 100 versie 3.0?

Versie 3.0 van de BRL 100 is vastgesteld op 5 december 2025 en formeel in werking sinds 5 maart 2026. Op 31 augustus 2026 eindigt de overgangsregeling: daarna worden nieuwe certificaten alleen nog tegen versie 3.0 afgegeven. Bestaande v2.0-certificaten blijven uiterlijk tot 31 augustus 2028 geldig. Je eerstvolgende reguliere audit wordt de transitie-audit, er komt dus geen extra audit bij.

De belangrijkste nieuwe of aangescherpte eisen

Ook nieuw: de scope omvat natuurlijke koudemiddelen en is gesplitst in deelgebieden. Een R32-splitairco valt onder deelgebied I. Persoonscertificaten heten voortaan A1/A2/B/C/D/E en zijn zeven jaar geldig.

↑ Terug naar boven

Lekcontrole: welke termijn geldt voor welke installatie?

De F-gassenverordening (EU) 2024/573 verplicht periodieke lekcontroles vanaf 5 ton CO2-equivalent per circuit. Hoeveel dat is, hangt af van het koudemiddel: het gewicht maal de GWP-waarde. Een splitairco met 1 kg R32 (GWP 675) zit bijvoorbeeld op 0,675 ton, geen controleplicht. Een systeem met 8 kg R410A (GWP 2088) zit op 16,7 ton, wél controleplicht.

Inhoud circuitZonder vast lekdetectiesysteemMet detectiesysteem
5 tot 50 ton CO2-eqelke 12 maandenelke 24 maanden
50 tot 500 ton CO2-eqelke 6 maandenelke 12 maanden
500 ton CO2-eq of meerelke 3 maandenelke 6 maanden

Boven de 500 ton is een vast lekdetectiesysteem bovendien verplicht. Leg elke controle vast met datum, resultaat en uitvoerder, bij een inspectie is dit een van de eerste dingen die wordt nagekeken.

↑ Terug naar boven

De jaarlijkse f-gassenbalans

Onder BRL 100 versie 3.0 maak je elk jaar per 31 december een sluitende balans per type f-gas: wat had je op 1 januari, wat kocht je in, wat ging er in installaties, wat won je terug, wat verkocht je door en wat voerde je af. Daarnaast tel je de werkelijke voorraad in je flessen, en verklaar je het verschil met een oorzaakanalyse.

Praktisch betekent dit: een sluitende flesadministratie het hele jaar door. Elke bijvulling hoort aan een fles gekoppeld te zijn, elke fles aan een inkoop. Wie dat pas in december probeert te reconstrueren, heeft een probleem; wie het per werkbon bijhoudt, drukt op een knop.

↑ Terug naar boven

Mag een zzp-monteur onder jouw certificaat werken?

Dat ligt eraan hoe hij werkt. De hoofdregels:

Let op: sinds versie 3.0 telt het aantal ingehuurde gecertificeerde zelfstandigen van het voorgaande jaar mee voor de steekproefomvang bij jouw inspectie. Houd dus een jaarregister bij van wie er voor je gewerkt heeft.

↑ Terug naar boven

Wat vraagt de auditor eigenlijk op?

De certificerende instelling (zoals Kiwa, DEKRA of Bureau Veritas) controleert minimaal elke 24 maanden. De bewijslijst is verrassend voorspelbaar:

  1. Het kwaliteitshandboek, vastgesteld door de directie, met de jaarlijkse directiebeoordeling en de beleidsverklaring.
  2. Geldige persoonscertificaten van iedereen die koudemiddelhandelingen verricht, ook ingehuurde zzp'ers.
  3. De instrumentenlijst met kalibratiebewijzen binnen de juiste intervallen.
  4. Werkbonnen per handeling: datum, werkzaamheden, koudemiddelmutaties, meetwaarden (drukproef, vacuüm) en lekcontroleresultaat, vijf jaar bewaard, niets gewist.
  5. De koudemiddelregistratie per installatie en de jaarbalans met verklaring van verschillen.
  6. Registratie van klachten en afwijkingen, elk met oorzaak en corrigerende maatregel.

De meest voorkomende afwijking bij inspecties: ontbrekende of onjuiste druk- en vacuümwaarden op de werkbon. De op één na meest voorkomende: kalibraties die stilletjes verlopen zijn. Beide zijn volledig te voorkomen met een administratie die zichzelf bewaakt.

↑ Terug naar boven

Kalibratie: welk instrument, welke termijn?

InstrumentKalibratieBijzonderheid
Manometerselke 24 maandentegen een gekalibreerde referentiemeter
Vacuümmeterselke 24 maandenmeetbereik tot onder 270 Pa absoluut
Weegschalenelke 24 maandenof jaarlijks een controle met ijkgewicht
Thermometerselke 12 maandenop 0 °C, afwijking maximaal ±1 °C
Lekdetectietoestelelke 12 maandengevoeligheid 5 ppm, gecontroleerd met testmonster

Nieuw in versie 3.0: naast de kalibratie hoort er een periodieke functionele test te zijn, met vastgelegde datum. Bewaar de kalibratierapporten inclusief het certificaat van de referentiemeter bij je administratie.

↑ Terug naar boven

TRA bij R32: wat moet erin staan?

R32 is mild brandbaar (veiligheidsklasse A2L). Sinds BRL 100 versie 3.0 is bij risicovolle werkzaamheden aan installaties met brandbare koudemiddelen een gedocumenteerde Taak Risico Analyse verplicht. Die hoeft geen boekwerk te zijn; hij moet laten zien dat je vooraf hebt nagedacht over:

↑ Terug naar boven

Etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174

Sinds versie 3.0 moet je bij werkzaamheden vaststellen of de apparatuur een etiket draagt dat voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174 en artikel 12 van de F-gassenverordening (EU) 2024/573: type en hoeveelheid koudemiddel, CO2-equivalent en GWP-waarde. Bij nieuwe apparatuur zit dat etiket er vanaf de fabriek op; jouw taak is de controle vast te leggen, een vinkje op de werkbon is genoeg, als het er maar aantoonbaar is.

↑ Terug naar boven

De digitale kenplaat: wat moet erop staan?

Elke installatie waar je koudemiddelhandelingen aan verricht, hoort een kenplaat te hebben waarop de kerngegevens van het systeem staan. Dat mag tegenwoordig ook digitaal, als de gegevens maar compleet, actueel en opvraagbaar zijn. Wat moet erop staan:

De kenplaat mag door de installateur zelf worden opgesteld. De voorwaarde is dat de juiste uitvoerder erop staat: de onderneming die de werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht, met haar eigen certificaatnummer. Werk je onder je eigen certificaat, dan staan jouw gegevens erop; besteed je uit aan een zelfstandig werkend bedrijf met een eigen BRL 100-certificaat, dan staan hún gegevens erop.

De kenplaat sluit aan op de etikettencontrole volgens (EU) 2024/2174: type, hoeveelheid en CO2-equivalent zijn precies de gegevens die ook op het fabrieksetiket horen te staan. Wijzigt de vulling, bijvoorbeeld na bijvullen of gedeeltelijk terugwinnen, dan werk je de kenplaat bij, zodat hij altijd de actuele situatie weergeeft. Een digitale kenplaat per installatie maakt dat bijwerken een kwestie van seconden in plaats van een nieuw plaatje graveren.

↑ Terug naar boven

Wat moet er op een werkbon staan?

De werkbon is het bewijsstuk per handeling. Bij de audit is het een van de eerste dingen die de certificerende instelling opvraagt, en de meest voorkomende afwijking bij inspecties zijn juist ontbrekende of onjuiste meetwaarden op die bon. De verplichte inhoud:

Werkbonnen bewaar je vijf jaar. En minstens zo belangrijk: er mag niets stilletjes gewist worden. Een fout maken mag, een fout wegpoetsen niet, een correctie hoort zichtbaar te blijven via een versiegeschiedenis. Een administratie die elke wijziging vastlegt, laat bij de audit precies zien wat er wanneer is aangepast en waarom. Dat is geen wantrouwen richting de monteur, maar de manier waarop je aantoont dat je registratie betrouwbaar is.

Vul je de bon direct op locatie in, dan kloppen de druk- en vacuümwaarden meteen en hoef je 's avonds niets te reconstrueren.

↑ Terug naar boven

R32, R290, R410A: wat betekent GWP?

GWP staat voor Global Warming Potential: hoeveel sterker een kilogram van het koudemiddel bijdraagt aan het broeikaseffect dan een kilogram CO2. Die waarde bepaalt het CO2-equivalent van een installatie, en daarmee bijvoorbeeld of er een lekcontroleplicht geldt.

KoudemiddelGWPBijzonderheid
R290 (propaan)±3natuurlijk koudemiddel, brandbaar (A3)
R454B466 
R32675mild brandbaar (A2L)
R134a1430 
R407C1774 
R410A2088 

Zo reken je het uit

Kilogrammen × GWP ÷ 1000 = ton CO2-equivalent. Een splitairco met 1,2 kg R32: 1,2 × 675 / 1000 = 0,81 ton, ruim onder de drempel van 5 ton, dus geen periodieke lekcontroleplicht. Hetzelfde systeem met 8 kg R410A: 8 × 2088 / 1000 = 16,7 ton, wél controleplicht.

Let bij het werken ook op de veiligheidsklasse: R32 is A2L, mild brandbaar, daarvoor geldt sinds versie 3.0 de TRA-plicht. R290 (propaan) is A3, brandbaar, en vraagt dus nog meer zorg rond ontstekingsbronnen en ventilatie.

↑ Terug naar boven

1 januari 2027: geen nieuwe split-airco's meer met R32 of R410A

Dit is de regel uit de F-gassenverordening 2024/573 die de meeste installateurs volgend jaar gaat raken. Vanaf 1 januari 2027 mogen nieuwe split-airco's en split-warmtepompen tot 12 kW niet meer in de handel worden gebracht als ze een koudemiddel bevatten met een GWP van 150 of hoger (bijlage IV, punt 17). R32 heeft een GWP van 675, R410A van 2088. Allebei vallen ze eronder.

Wat het wél en niet betekent

Wat er voor in de plaats komt

R290 (propaan, GWP 3) is de richting waar de meeste fabrikanten heen gaan. Ook R454C (GWP 148) valt net onder de grens. Let op: R290 is A3, brandbaar, en vraagt om andere maatregelen bij plaatsing en om een taakrisicoanalyse. Wie er nog niet mee heeft gewerkt, doet er goed aan daar in 2026 al mee te beginnen.

Wat Klimaatlog doet

Vul je op een werkbon R32 of R410A in bij een airco of warmtepomp, dan staat er een waarschuwing onder het veld met de datum en wat je moet controleren. Geen blokkade — het portaal kan niet zien wanneer een unit op de markt kwam, en dat weet jij wel — maar wel een geheugensteun op het moment dat het ertoe doet. De GWP-tabel in het portaal kent alle gangbare koudemiddelen inclusief de natuurlijke, zodat het CO2-equivalent en de lekcontroleplicht ook bij R290 kloppen.

↑ Terug naar boven

Koudemiddel terugwinnen en afvoeren

De hoofdregel is simpel en absoluut: koudemiddel blaas je nooit af. Bij het leegmaken van een circuit, voor reparatie, ombouw of buitengebruikstelling, win je het koudemiddel terug in een aparte terugwinfles, gescheiden van je verse voorraad. Zo blijft je flesadministratie kloppen en vervuil je geen nieuw koudemiddel met een onbekende restlading.

Teruggewonnen koudemiddel dat het bedrijf verlaat, geef je af aan een erkende verwerker. Vraag daarbij altijd een afgiftebon: dat is jouw bewijs dat het koudemiddel netjes is afgevoerd, en het sluitstuk van je jaarbalans, wat je afvoert, moet daar immers terug te vinden zijn.

Nieuw sinds versie 3.0

De registratie-eisen zijn aangescherpt. Je legt voortaan vast:

Koppel elke terugwinning aan een werkbon en een fles. Dan is de route van installatie naar verwerker in één oogopslag te volgen, klopt je voorraadtelling op 31 december, en heb je bij de audit geen zoekwerk. Wie terugwinningen los op briefjes bijhoudt, komt bij de jaarbalans gegarandeerd kilo's tekort, op papier, en dat is precies waar de auditor een verklaring voor wil.

↑ Terug naar boven

Wat moet je klant weten?

Veel installateurs denken dat alle f-gassenverplichtingen bij hen liggen. Dat klopt niet helemaal: de eigenaar of exploitant van de installatie is zelf verantwoordelijk voor het periodieke onderhoud en het laten uitvoeren van de verplichte lekcontroles. Een kantoorpand met een systeem boven de 5 ton CO2-equivalent moet dus zorgen dat die controles op tijd gebeuren. Dat is de plicht van de gebouweigenaar, niet van jou.

Maar jij hebt wél een rol: jij informeert je klant daarover. Vertel bij oplevering en onderhoud welke termijnen er voor zijn installatie gelden en wat er van hem verwacht wordt. Een klant die niet weet dat hij elke 12 maanden een lekcontrole moet laten doen, gaat die ook niet inplannen, en staat bij een inspectie met lege handen.

Aantoonbaar maken

Informeren is één ding, kunnen láten zien dat je geïnformeerd hebt is een tweede. Een digitaal logboek per installatie lost dat in één keer op: de klant ziet daarin welke controles zijn uitgevoerd, wanneer de volgende gepland staat en wat er aan het systeem is gedaan. Voor jou is datzelfde logboek het bewijs dat je aan je informatieplicht hebt voldaan, en voor de klant het bewijs dat hij aan zijn onderhoudsplicht voldoet. Iedereen gedekt, niemand verrast.

↑ Terug naar boven

BRL 100-certificaat aanvragen: zo werkt het traject

Nog geen bedrijfscertificaat, maar wel koudemiddelhandelingen willen verrichten? Zo ziet het traject eruit:

  1. Aanvraag bij een certificerende instelling, zoals Kiwa, DEKRA of Bureau Veritas.
  2. Initiële audit: de instelling beoordeelt je kwaliteitssysteem, handboek, procedures, instrumenten, personeel.
  3. Is dat op orde, dan krijg je een voorlopig certificaat en mag je aan de slag.
  4. Binnen 6 maanden volgt de eerste inspectie op locatie, waarbij in de praktijk wordt gekeken of je werkt zoals je systeem beschrijft.
  5. Daarna wordt het certificaat definitief, met vervolgens minimaal elke 24 maanden een controle.

De kosten verschillen per instelling en per bedrijfsomvang; je krijgt ze op offerte. Reken naast het audittarief ook op de tijd die het opzetten van je kwaliteitssysteem kost. Dat is meestal het grootste deel van het werk.

Belangrijk voor wie nu begint: sinds 1 september 2026 worden nieuwe certificaten alleen nog tegen versie 3.0 afgegeven. Richt je kwaliteitssysteem dus meteen op v3.0 in, met TRA's, de uitgebreide koudemiddelregistratie en de jaarlijkse f-gassenbalans, zodat je niet direct na certificering alsnog moet ombouwen.

↑ Terug naar boven

Warmtepompen en de f-gassenregels: wat geldt er?

Een veelgehoorde gedachte: "Een warmtepomp is verwarming, dus dat is iets anders dan koeltechniek." Voor de regelgeving klopt dat niet. De F-gassenverordening (EU) 2024/573 kijkt niet naar wat een apparaat doet, maar naar wat erin zit. Zit er een gefluoreerd koudemiddel in, dan gelden de regels, of het systeem nu een woonkamer koelt of een buffervat opwarmt.

Een lucht/water-warmtepomp met R32 of R410A is technisch een koelcircuit dat andersom werkt: dezelfde compressor, dezelfde leidingen, hetzelfde koudemiddel. Daarom gelden er ook dezelfde verplichtingen als bij een airco.

Monoblock of split: dat maakt wél uit

Het onderscheid dat ertoe doet is niet "verwarmen of koelen", maar of het circuit uit de fabriek hermetisch gesloten is of dat je het op locatie opent.

Drempels, logboek en lekcontrole

Ook hier rekent de verordening in ton CO2-equivalent: kilogrammen maal GWP, gedeeld door 1000. Een split-warmtepomp met 2,5 kg R32 (GWP 675) zit op 1,7 ton, onder de grens van 5 ton, dus geen periodieke lekcontroleplicht en geen verplicht logboek. Een oudere lucht/water-unit met 4 kg R410A (GWP 2088) zit op 8,4 ton en valt wél onder de plicht: elke 12 maanden lekcontrole (24 maanden met vast lekdetectiesysteem) en een logboek bij de exploitant.

Werk je met R290 (propaan, GWP 3), dan blijf je buiten de f-gassenverordening, maar niet buiten de BRL 100 v3.0, want die is uitgebreid naar natuurlijke koudemiddelen. En omdat R290 brandbaar is (A3), hoort daar een TRA bij.

Wat dit voor je administratie betekent

Behandel een warmtepomp in je registratie precies zoals een airco: installatiekaart met koudemiddel, hoeveelheid en CO2-equivalent, werkbon per handeling, koudemiddelmutaties gekoppeld aan een fles. Wie zegt "warmtepompen doe ik zonder papierwerk" doet in de praktijk hetzelfde werk als de aircomonteur, alleen zonder bewijs. Bij de audit telt een split-warmtepomp gewoon mee in de steekproef.

↑ Terug naar boven

Koudemiddelregistratie: wat je per handeling vastlegt

Elke keer dat je koudemiddel in of uit een installatie haalt, hoort daar een registratie bij. Niet per dag of per klant, maar per handeling. Dat is de basis van je hele f-gassenadministratie: zonder deze regels per handeling is je jaarbalans niet te maken en heeft de auditor niets om te controleren.

Wat je vastlegt

Waarom "even bijgevuld" je jaarbalans breekt

Stel: je koopt in januari een fles met 10 kg R32. In december weeg je hem: 3,4 kg over. Uit je registratie blijkt 5,2 kg in installaties gegaan. Waar zijn de andere 1,4 kg? Dat is precies het verschil dat je bij de jaarbalans moet verklaren, en "we hebben hier en daar wat bijgevuld zonder het op te schrijven" is geen verklaring die een auditor accepteert. Op papier ziet het eruit als afgeblazen koudemiddel.

Omgekeerd werkt het net zo goed. Wie elke handeling met flesnummer registreert, kan van elke kilo laten zien waar hij vandaan kwam en waar hij naartoe ging. Dan is de balans geen reconstructie achteraf, maar een optelsom van wat je toch al vastlegde.

Praktisch

Leg de registratie vast op het moment zelf, op de werkbon, en niet 's avonds uit het hoofd. Weeg voor en na. En koppel de handeling altijd aan drie dingen: de installatie, de fles en de monteur. Ontbreekt een van de drie, dan is de registratie bij een controle onbruikbaar.

↑ Terug naar boven

Voor welke installaties is een logboek verplicht?

De F-gassenverordening (EU) 2024/573 verplicht een logboek (in de verordening: registers) voor elke installatie die onder de lekcontroleplicht valt. Die grens ligt op 5 ton CO2-equivalent per circuit. Reken: kilogrammen × GWP ÷ 1000.

Wat erin moet staan

Wie houdt het bij?

Formeel is de exploitant (eigenaar of gebruiker) verantwoordelijk voor het logboek. In de praktijk vult de installateur het in, omdat hij de enige is die weet wat er is gedaan. De verordening verlangt bovendien dat de onderneming die het werk uitvoert zelf een kopie bewaart. Kortom: jullie hebben allebei hetzelfde logboek nodig, en het is handig als dat één document is dat jullie allebei kunnen inzien.

Bewaartermijn

Minimaal vijf jaar, voor zowel de exploitant als de installateur. Ook na buitengebruikstelling van de installatie.

Waarom je het onder de grens ook wilt

De meeste splitairco's en kleine warmtepompen zitten onder de 5 ton. Toch is een installatiekaart met dezelfde gegevens ook daar zinvol: BRL 100 v3.0 verlangt registratie van elke koudemiddelhandeling ongeacht de grootte van het systeem, je jaarbalans heeft de gegevens nodig, en bij een servicebezoek over drie jaar wil je weten wat erin zit en wat er destijds is gedaan. Het logboek is dan geen extra werk, maar het bijproduct van een goede werkbon.

↑ Terug naar boven

Zo bereid je je voor op de BRL 100-audit

Een BRL 100-audit is geen examen waarvoor je kunt spieken; het is een controle of je doet wat je zegt te doen. Wie zijn administratie het hele jaar bijhoudt, hoeft er weinig extra voor te doen. Toch scheelt een goede voorbereiding uren op de dag zelf, en voorkomt het afwijkingen op punten die eigenlijk in orde waren, maar niet vindbaar.

Wat de auditor doet

De auditor van de certificerende instelling neemt eerst je systeem door: handboek, procedures, directiebeoordeling. Daarna trekt hij een steekproef uit je werk. Hoeveel bonnen en installaties, hangt af van je omvang en, sinds versie 3.0, ook van het aantal ingehuurde gecertificeerde zzp'ers in het voorgaande jaar. Bij die steekproef volgt hij de keten: van werkbon naar koudemiddelmutatie naar fles naar inkoop, en van monteur naar persoonscertificaat. Vaak gaat hij ook mee naar een installatie of belt hij een klant.

Wat hij opvraagt

De 30-dagen-termijn

Vindt de auditor een tekortkoming, dan krijg je onder versie 3.0 30 dagen om die te herstellen en het bewijs aan te leveren. Dat is kort. Een verlopen kalibratie los je in die tijd op; een ontbrekende jaarbalans over vorig jaar reconstrueren is een ander verhaal. Inzet van niet-gecertificeerd personeel kan zelfs tot directe schorsing leiden.

Checklist voor de week ervoor

Alles wat je op die lijst niet binnen een minuut kunt vinden, is een punt waar je administratie beter kan, of de auditor er nu naar vraagt of niet.

↑ Terug naar boven

Excel of software: wat weegt de auditor mee?

Eerst het eerlijke antwoord: Excel mag. De BRL 100 schrijft geen software voor. Er staat wat je moet registreren, hoe lang je het bewaart en dat het aantoonbaar en betrouwbaar moet zijn. Een spreadsheet die dat allemaal doet, is een geldige administratie. Veel kleine bedrijven zijn er jaren mee door de audit gekomen.

De vraag is dus niet of het mag, maar of het in de praktijk blijft kloppen. Dit zijn de vier punten waar het bij spreadsheets doorgaans misgaat, niet omdat Excel slecht is, maar omdat je er zelf de discipline voor moet leveren.

1. Geen versiegeschiedenis

Een werkbon mag gecorrigeerd worden, maar de correctie moet zichtbaar blijven. In een spreadsheet overschrijf je een cel en is de oude waarde weg. Als de auditor vraagt wanneer een vacuümwaarde is ingevuld en of die later is aangepast, heb je geen antwoord. Dat is niet meteen een afwijking, maar het maakt je registratie zwakker als bewijs.

2. Geen koppeling tussen fles en bon

Je hebt een tabblad met bonnen en een tabblad met flessen. De koppeling daartussen zit in je hoofd, of in een kolom die iemand handmatig invult. Eén vergeten flesnummer, en op 31 december klopt de balans niet meer, en je vindt de fout niet terug.

3. De balans is handwerk

De jaarbalans per type koudemiddel (beginvoorraad, inkoop, in installaties, teruggewonnen, afgevoerd, eindvoorraad) is in Excel te maken. Maar je maakt hem één keer per jaar, onder tijdsdruk, uit gegevens die verspreid staan. Een formule verwijst naar de verkeerde rij, iemand heeft een regel tussengevoegd. Het gaat vaker mis dan je denkt, en je merkt het pas als de auditor ernaar kijkt.

4. Wie deed wat, wanneer?

Een spreadsheet op een gedeelde schijf weet niet wie een regel heeft ingevuld. Bij een controle op de inzet van gecertificeerd personeel wil de auditor per handeling weten welke monteur het was. Als dat een vrij tekstveld is, staat er "Jan", of staat er niets.

Wat de auditor dus meeweegt

Niet het programma, maar of de keten sluit: bon, mutatie, fles, inkoop, balans, met per stap een naam en een datum. Kun je dat in Excel aantonen, dan is Excel prima. Merk je dat je elk jaar in december reconstrueert wat er in maart gebeurd is, dan is niet Excel het probleem, maar het ontbreken van dwang op het moment van invullen. Software legt die dwang bij de werkbon zelf. Dat is het hele verschil, en meer ook niet.

↑ Terug naar boven

Wat moet je klant weten over zijn installatie?

De exploitant. De eigenaar of gebruiker van de installatie, draagt onder de F-gassenverordening (EU) 2024/573 een eigen verantwoordelijkheid: lekkages voorkomen, lekcontroles laten uitvoeren als de installatie boven 5 ton CO2-equivalent zit, en het logboek bewaren. Maar hij kan dat alleen als hij weet wat er in zijn gebouw hangt. Daar begint jouw informatieplicht.

Welke gegevens je klant moet hebben

Sinds versie 3.0 hoort daar ook bij: zit er brandbaar koudemiddel in, dan moet de klant dat weten, en bij bedrijfsmatig gebruik komt de vraag naar zijn explosieveiligheidsdocument op tafel.

Waarom een A4'tje niet genoeg is

Je kunt dit allemaal op papier meegeven bij oplevering. In de praktijk ligt dat A4'tje na een jaar in een la, is de facilitair medewerker vertrokken en weet niemand meer welk bedrijf de installatie geplaatst heeft. Bij een inspectie kan de klant dan niets laten zien, en jij ook niet, want je kunt niet aantonen dat je hem informeerde.

Digitaal klantlogboek en QR-sticker

Een praktische oplossing die steeds meer installateurs gebruiken: een sticker met QR-code op de binnen- of buitenunit die verwijst naar de digitale installatiepagina. Wie de code scant. De klant, een collega-installateur, een inspecteur, ziet direct het koudemiddel, de hoeveelheid, het CO2-equivalent, de onderhoudende partij en de laatste controles. Voor de klant is dat zijn logboek zonder dat hij iets hoeft bij te houden. Voor jou is het het bewijs van je informatieplicht: de gegevens zijn beschikbaar gesteld, en dat is te zien.

Twee voorwaarden: de pagina moet leesbaar zijn voor wie de code heeft, zonder gedoe met inloggen, en de gegevens moeten bij elke handeling worden bijgewerkt. Een QR-code naar verouderde informatie is erger dan geen QR-code.

↑ Terug naar boven

R290 en CO2: wat verandert er met natuurlijke koudemiddelen?

Met de uitfasering van f-gassen onder verordening (EU) 2024/573 kom je R290 (propaan) en R744 (CO2) steeds vaker tegen: R290 in warmtepompen en kleine airco's, CO2 in commerciële koeling en in warmtepompen voor tapwater. Beide hebben een GWP van vrijwel nul, R290 ongeveer 3, CO2 per definitie 1. Wat betekent dat voor je regels?

Buiten de f-gassenverordening...

R290 en CO2 zijn geen gefluoreerde broeikasgassen. De F-gassenverordening geldt er dus niet voor: geen lekcontroleplicht op basis van CO2-equivalent, geen verplicht f-gassenlogboek voor de exploitant, en ze horen niet thuis in je f-gassenbalans. Een warmtepomp met 3 kg R290 zit op 0,009 ton CO2-equivalent; de drempel van 5 ton komt nooit in beeld.

...maar wél onder BRL 100 versie 3.0

Hier vergissen veel installateurs zich in. De scope van de BRL 100 is met versie 3.0 uitgebreid naar natuurlijke koudemiddelen. Werk je onder een BRL 100-certificaat, dan hoort werk aan R290- en CO2-installaties dus gewoon in je kwaliteitssysteem: werkbon per handeling, koudemiddelregistratie per installatie, gekalibreerde instrumenten, bekwaam personeel. De regels komen alleen niet uit Brussel, maar uit je eigen certificatieschema.

Brandbaarheid: R290 is A3

Propaan is niet mild brandbaar zoals R32 (A2L), maar gewoon brandbaar (A3). In de praktijk betekent dat:

CO2: druk in plaats van vuur

R744 is niet brandbaar en bij normale concentraties niet giftig, maar werkt bij veel hogere drukken dan de HFK's die je gewend bent. Bij kamertemperatuur staat stilstaand CO2 al op ruim 55 bar; aan de hogedrukzijde van een transkritisch systeem loopt dat op tot boven de 100 bar. Dat vraagt om manometers, slangen en flessen met het juiste bereik, kennis van drukbeveiliging, en aandacht voor verstikkingsgevaar in kleine ruimtes bij een groot lek.

Opleiding

Voor werk met brandbare en hogedruk-koudemiddelen bestaan aanvullende opleidingen. Onder versie 3.0 hoor je aan te tonen dat je monteurs bekwaam zijn voor het koudemiddel waar ze aan werken. Een persoonscertificaat voor f-gassen dekt de handelingen, maar niet vanzelf de specifieke risico's van propaan of CO2, leg die bekwaamheid apart vast in je opleidingsregistratie.

↑ Terug naar boven

Wat kost Klimaatlog, en hoe wordt er gerekend?

Geen abonnement maar een jaarkaart per installatie. Je eerste installatie is gratis, voor altijd. Elke installatie daarna kost € 12,50 voor een jaar, inclusief btw. Dat jaar begint op het moment dat die installatie in je omgeving komt te staan — niet op een gezamenlijke jaardatum.

Waarom zo? Omdat je administratie meegroeit met je werk. Verkoop je in maart drie aircos, dan komen die er in maart bij, en dan begint hun jaar in maart. Je betaalt nooit vooruit voor installaties die je nog moet gaan plaatsen, en je hoeft nooit te wachten op een gezamenlijke verlengdatum.

Een voorbeeld met echte bedragen:

WanneerWat er gebeurtWat je betaalt
januarije meldt je aan met 10 installaties9 × € 12,50 = € 112,50
de eerste is gratis
maartje verkoopt en plaatst er 3 bij3 × € 12,50 = € 37,50
hun jaar loopt tot maart volgend jaar
junieen klant stapt over, 2 installaties eruitniets
geen bijbetaling, geen restitutie
januari daarnade eerste 9 jaren lopen af, je hebt er nog 107 × € 12,50 = € 87,50
alleen wat je nog in beheer hebt
maart daarnade drie van vorig jaar maart lopen af3 × € 12,50 = € 37,50

Alles wat in dezelfde maand aan een nieuwe jaartermijn toe is, komt op één factuur. Je krijgt dus geen losse afschrijving per installatie. Elke incasso wordt minimaal vijf dagen vooraf aangekondigd, met het bedrag en de datum erbij.

Geen aansluitkosten, geen minimumaantal, geen kosten per monteur of per module, en geen opzegtermijn. Zeg je op, dan verlengen we niets meer; wat je gekocht hebt loopt gewoon af en je exporteert al je gegevens.

Van papier naar digitaal in één dag: zo pak je het aan

Overstappen van mappen en Excel naar een digitale administratie klinkt als een project van weken. Dat hoeft niet. De valkuil is dat je alles uit het verleden wilt overtypen. Doe dat niet. Begin bij vandaag en laat de historie waar hij is, die blijft vijf jaar bewaard in de vorm waarin hij nu staat, en dat is prima.

Stap 1: inventariseer je lopende installaties (2 tot 3 uur)

Maak een lijst van installaties waar je de komende jaren nog aan werkt: onderhoudscontracten, garantie-installaties, vaste klanten. Per installatie noteer je:

Het CO2-equivalent en de lekcontroletermijn volgen daaruit vanzelf. Voor een klein bedrijf gaat het meestal om 50 tot 200 installaties; met een spreadsheet die je importeert ben je daar een ochtend mee kwijt. Weet je van een installatie de vulling niet zeker? Zet dan "onbekend" en vul het aan bij het volgende bezoek. Dat is eerlijker dan gokken.

Stap 2: voorraad en flessen (half uur)

Weeg elke fles die je in gebruik hebt en leg per fles vast: nummer, koudemiddel, brutogewicht, tarra en dus de netto-inhoud. Dit is je openstaande balans: de startvoorraad van waaruit je nieuwe administratie verder telt. Doe je dit op 1 januari, dan sluit je eerste jaarbalans meteen op een volledig jaar. Begin je midden in het jaar, dan neem je de stand van die dag als beginpunt en vermeld je dat in je balansverklaring.

Stap 3: stickers bij het volgende bezoek

Ga niet speciaal langs alle klanten. Print de QR-stickers en plak ze bij het eerstvolgende reguliere bezoek. Controleer dan meteen de gegevens van stap 1 tegen het typeplaatje. Binnen een onderhoudscyclus van 12 maanden is zo alles geverifieerd.

Stap 4: de eerste werkbon

De volgende klus vul je meteen digitaal in, op locatie: werkzaamheden, meetwaarden, lekcontrole, eventuele koudemiddelmutatie gekoppeld aan een fles uit stap 2. Vanaf dat moment groeit je logboek vanzelf.

Wat je niet hoeft te doen

Wil je zien hoe zo'n eerste dag er in de praktijk uitziet, kijk dan in de demo-omgeving.

↑ Terug naar boven

BRL 100, BRL 200 en het f-gassencertificaat: wie heeft wat nodig?

De termen lopen in de praktijk door elkaar, maar het stelsel is overzichtelijk: er is een certificaat voor het bedrijf en een certificaat voor de monteur, en je hebt ze allebei nodig om koudemiddelhandelingen te mogen verrichten.

Het bedrijf: BRL 100

Het f-gassenbedrijfscertificaat op basis van de BRL 100 staat op naam van je bedrijf en wordt afgegeven door een certificerende instelling. Het zegt dat je organisatie op orde is: een kwaliteitssysteem, gekalibreerd gereedschap, een sluitende koudemiddeladministratie en gekwalificeerde mensen. Zonder bedrijfscertificaat mag je bedrijf geen werkzaamheden aan f-gassencircuits aannemen — ook niet als je monteurs persoonlijk wel gecertificeerd zijn.

De monteur: BRL 200

Het persoonscertificaat op basis van de BRL 200 (met daarin de EU-kwalificatie, voor koelinstallaties meestal categorie I) staat op naam van de monteur en bewijst dat hij de handelingen beheerst: lekcontrole, terugwinning, installatie en onderhoud. Het is persoonsgebonden en verhuist met de monteur mee als hij van werkgever wisselt.

Hoe ze samenhangen

In Klimaatlog leg je beide vast: het bedrijfscertificaat bij je bedrijfsgegevens, het persoonscertificaat per monteur. Ze komen automatisch op elke werkbon, en het portaal waarschuwt voordat een certificaat verloopt.

↑ Terug naar boven

Wat gebeurt er als je administratie niet klopt?

Twee partijen kijken mee: de certificerende instelling die je BRL 100-certificaat heeft afgegeven, en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die de f-gassenregels handhaaft. Ze controleren verschillend en kunnen verschillende dingen doen.

De audit van je certificerende instelling

Die komt periodiek langs en loopt je administratie na: werkbonnen, koudemiddelregistratie, kalibratiebewijzen, het inzetregister, de jaarbalans. Een tekortkoming wordt een afwijking met een hersteltermijn. Herstel je niet of stapelen de afwijkingen zich op, dan kan de instelling het certificaat schorsen of intrekken — en zonder certificaat mag je bedrijf geen f-gassenwerk meer aannemen. Dat is in de praktijk het grootste risico: niet de boete, maar de omzet die stilvalt.

De ILT

De ILT controleert op de verordening zelf: werken zonder certificaat, koudemiddel afblazen, ontbrekende lekcontroles, geen registratie. Overtredingen vallen onder de Wet economische delicten; de inspectie kan een last onder dwangsom opleggen of een zaak strafrechtelijk laten afdoen. Wat je positie bepaalt is aantoonbaarheid: wie kan laten zien wat er wanneer met welk koudemiddel is gebeurd, staat er wezenlijk anders voor dan wie niets kan overleggen.

Wat je ertegen doet

Klimaatlog is precies hiervoor gebouwd: het logboek groeit alleen aan (elke regel draagt een controlegetal over de vorige), dus je kunt aantonen dat er niet achteraf in is gewerkt.

↑ Terug naar boven

Lekkage gevonden: wat moet je doen en vastleggen?

Een gevonden lek zet een verplichte reeks in gang die vaak maar half bekend is. De reparatie zelf is niet het einde van het verhaal.

De reeks

  1. Repareren, zonder onnodig uitstel. Een installatie met een bekend lek laten doordraaien en periodiek bijvullen is precies wat de verordening verbiedt.
  2. Hercontrole binnen een maand. Na de reparatie controleer je binnen één maand of de reparatie effectief was. Dat is een aparte, verplichte controle — niet dezelfde als de reparatie zelf.
  3. Vastleggen: wat het lek was, waar het zat, wat eraan is gedaan, hoeveel koudemiddel is bijgevuld en waarom, en het resultaat van de hercontrole.

Waar de audit op let

De klassieke vondst bij een audit is een werkbon met "bijgevuld: 1,2 kg" zonder oorzaak. Elke bijvulling betekent dat er koudemiddel weg is, en dat vraagt om een verklaring. Sinds BRL 100 versie 3.0 is de oorzaak van de bijvulling een verplicht veld. Terugkerende bijvullingen op dezelfde installatie zonder gerepareerd lek zijn een rode vlag.

In Klimaatlog vraagt de werkbon om de oorzaak zodra je een bijvulling invult, en zie je op het installatiedossier de bijvulgeschiedenis bij elkaar — zodat jíj het patroon eerder ziet dan de auditor.

↑ Terug naar boven

Welk gereedschap is verplicht, en hoe vaak kalibreer je?

Voor deelgebied I (koelinstallaties en warmtepompen) schrijft de BRL 100 een minimale uitrusting voor. Het gaat niet alleen om het hébben: elk meetinstrument moet aantoonbaar gekeurd zijn, en sinds versie 3.0 hoort daar ook een periodieke functionele test bij.

De kern van de lijst

InstrumentBijzonderheid
Elektronische lekdetectorgevoeligheid aantoonbaar 5 g/jaar (±5 ppm), jaarlijks gecontroleerd met een testmonster
Manometersetgekalibreerd, geschikt voor de gebruikte koudemiddelen en drukken
Digitale weegschaalvoor elke vulling en terugwinning; de grammen op de werkbon komen hier vandaan
Vacuümmetervoor de vacumeerstap bij installatie en reparatie
Terugwinapparaatmet eigen keuring; afblazen is nooit toegestaan
Thermometergekalibreerd, voor oververhitting en onderkoeling

Intervallen

Kalibratie doorgaans jaarlijks of tweejaarlijks, afhankelijk van het instrument en wat de fabrikant voorschrijft; de functionele controle valt binnen hetzelfde interval. Leg per instrument vast: serienummer, keuringsdatum, geldig tot, en wie de keuring deed. Een instrument met een verlopen keuring gebruik je niet — metingen ermee zijn bij een audit niets waard.

In Klimaatlog staat je instrumentenlijst met per instrument de keuringsdatum. Verloopt er een, dan zie je dat op het dashboard en in je mail, en het instrument is dan niet meer te kiezen op een werkbon. Zo kan een verlopen keuring nooit stilletjes in een meting terechtkomen.

↑ Terug naar boven

Installaties overnemen van een ander bedrijf: de nulmeting

Je krijgt het onderhoud van een pand erbij, of een collega stopt en jij neemt zijn klanten over. De installaties bestaan al jaren, maar voor jouw administratie beginnen ze op nul. Wat leg je vast?

De nulmeting

Zo doe je het in Klimaatlog

Voer de installatie op (of importeer een hele lijst in één keer via de CSV-import), maak een eerste werkbon van het type onderhoud met je bevindingen, en plak de QR-sticker. Vanaf dat moment bouwt het dossier zich vanzelf op, en heeft ook deze klant een digitaal logboek — vaak het eerste tastbare verschil met de vorige onderhoudspartij.

↑ Terug naar boven

Werken met propaan (R290): wat verandert er echt?

Met het HFK-verbod van 2027 in zicht schuiven fabrikanten massaal naar R290. Goed nieuws voor de f-gassenadministratie — propaan is geen f-gas — maar op de werkvloer verandert er wel degelijk iets: R290 is veiligheidsklasse A3, echt brandbaar, waar R32 (A2L) mild brandbaar is.

Wat er anders moet

Wat hetzelfde blijft

Vakmanschap, registratie en het klantdossier. En let op: geen f-gas betekent niet geen administratie. De BRL-werkwijze, je werkbonnen en het logboek per installatie blijven de basis van je aantoonbaarheid — en je klant verwacht hetzelfde nette dossier. In Klimaatlog registreer je R290-installaties precies zoals de rest; het portaal rekent met GWP 3, dus de lekcontroleplicht vervalt vanzelf waar die niet geldt.

↑ Terug naar boven

Waarom koudemiddel elk jaar duurder wordt

De F-gassenverordening werkt met een quotum: producenten en importeurs mogen samen jaarlijks een maximum aan HFK's op de EU-markt brengen, uitgedrukt in CO2-equivalent. Dat plafond gaat in stappen omlaag, richting vrijwel nul in 2050. Minder aanbod bij gelijke vraag betekent structureel stijgende prijzen — dat is geen marktgril maar ingebouwd beleid.

Waarom R410A het hardst geraakt wordt

Het quotum telt in CO2-equivalent. Een kilogram R410A (GWP 2088) vreet ruim drie keer zoveel quotum als een kilogram R32 (GWP 675). Producenten zetten hun schaarse quotum liever in voor middelen met een laag GWP, dus R410A wordt als eerste schaars en duur. Wie oudere R410A-installaties onderhoudt, merkt dat nu al bij elke bijvulling.

Wat dit voor je klant betekent

In Klimaatlog zie je per installatie de bijvulgeschiedenis; dat is precies het gesprek dat je met de klant wilt voeren vóórdat de prijs het gesprek voert.

↑ Terug naar boven

Hoe lang bewaar je wat?

Bewaartermijnen zijn saai tot de auditor of de inspectie om een oud stuk vraagt. Dit is de kern:

WatHoe langWaarom
Koudemiddelregistraties per installatie (lekcontroles, bijvullingen, terugwinning)minimaal 5 jaarF-gassenverordening; geldt voor jou én je opdrachtgever
Werkbonnen en installatiedossiersminimaal 5 jaar, praktisch: levensduur van de installatieje aantoonbaarheid bij audit en garantiediscussies
Kalibratiecertificatenzolang het instrument in gebruik is, plus de auditcyclusbewijst dat oude metingen met gekeurd gereedschap zijn gedaan
Afgiftebonnen erkende verwerkerminimaal 5 jaarsluitstuk van je koudemiddelketen
Jaarlijkse f-gassenbalansen en directiebeoordelingenmeerdere auditcyclide audit kijkt naar trend en opvolging
Facturen en administratie7 jaarfiscale bewaarplicht, los van de f-gassenregels

De praktische valkuil is niet de termijn maar de vindbaarheid: een doos ordners voldoet formeel, tot je binnen een audit van een half uur die ene lekcontrole uit drie jaar terug moet laten zien. In Klimaatlog blijft alles per installatie bij elkaar, doorzoekbaar, en gaat er elke nacht een versleutelde back-up uit — bewaren is daarmee geen aparte klus meer.

↑ Terug naar boven

Deze kennisbank is praktijkuitleg, geen juridisch advies. Controleer voor de letterlijke eisen altijd de actuele schematekst van de BRL 100 (via iplo.nl, schemabeheerder Rijkswaterstaat) en de F-gassenverordening (EU) 2024/573.